Motivatie & zelfvertrouwen

“Hij kan het wel, maar hij doet het niet.”
Het is een zin die ouders en docenten regelmatig gebruiken. Toch is motivatie ingewikkelder dan simpelweg wel of niet willen.
Wanneer leerlingen regelmatig ervaren dat iets niet lukt, kan hun vertrouwen afnemen. Waarom zou je enthousiast beginnen aan een taak waarvan je vooraf denkt dat je hem toch niet kunt?
Daarom zijn motivatie en zelfvertrouwen sterk met elkaar verbonden.
Bij Discens vinden we het belangrijk dat leerlingen weer ervaren: ik kan dit, mijn inzet heeft effect en ik kan zelf stappen zetten.
Wat kunt u als ouder doen?
1. Benoem niet alleen het resultaat
Een 8 is mooi, maar besteed ook aandacht aan wat ervoor heeft gezorgd:
“Je bent op tijd begonnen en hebt drie dagen geoefend. Dat heeft gewerkt.”
2. Zorg voor haalbare doelen
Een doel moet uitdagend zijn, maar wel bereikbaar. Kleine successen kunnen helpen om vertrouwen op te bouwen.
3. Vergelijk uw kind niet voortdurend met anderen
Vergelijk liever met eerdere prestaties van uw kind: “Vorige keer vond je dit nog heel moeilijk en nu lukt het al beter.”
4. Geef uw kind invloed
Laat uw kind bijvoorbeeld kiezen met welk vak het begint of op welk moment binnen afgesproken grenzen het huiswerk maakt.
5. Maak fouten normaal
Een fout betekent niet dat een leerling iets niet kan. Bespreek wat er misging en vooral: “Wat kun je de volgende keer anders doen?”
6. Wees voorzichtig met voortdurend belonen
Een beloning kan soms helpen, maar uiteindelijk willen we dat een leerling ook leert werken vanuit eigen doelen, interesse en het gevoel ergens beter in te worden.