Executieve functies

De vaardigheden achter het leren!
Een leerling kan prima begrijpen wat hij moet doen en tóch niet beginnen. Een andere leerling begint enthousiast, maar raakt na tien minuten afgeleid. Weer een ander vergeet boeken, opdrachten of afspraken.
Dat betekent niet automatisch dat een leerling niet wil.
Bij leren gebruiken kinderen voortdurend zogenaamde executieve functies. Dit zijn vaardigheden die helpen om gedrag, aandacht en gedachten te sturen.
Denk bijvoorbeeld aan:
  • beginnen aan een taak;
  • aandacht vasthouden;
  • informatie in het werkgeheugen houden;
  • impulsen beheersen;
  • plannen en organiseren;
  • omgaan met veranderingen;
  • controleren of iets goed is gegaan;
  • doorzetten als iets moeilijk wordt.
Deze vaardigheden ontwikkelen zich gedurende de jeugd verder. Niet iedere leerling ontwikkelt ze in hetzelfde tempo.
Wat kunt u als ouder doen?
1. Kijk verder dan “hij doet het gewoon niet”
Probeer te ontdekken waar het vastloopt. Weet uw kind niet waar het moet beginnen? Is de opdracht te groot? Of raakt uw kind steeds afgeleid?
2. Geef één opdracht tegelijk
Een lange reeks instructies vraagt veel van het werkgeheugen. Maak opdrachten kort en duidelijk.
3. Maak routines
Bijvoorbeeld: thuiskomen → iets drinken → tas uitpakken → planning bekijken → beginnen. Een vaste volgorde vermindert het aantal keuzes dat een kind telkens opnieuw moet maken.
4. Maak taken kleiner
“Maak je huiswerk” is erg breed. “Maak eerst vraag 1 t/m 5 van wiskunde” geeft duidelijkheid.
5. Gebruik hulpmiddelen
Een agenda, timer, checklist of weekplanner is geen zwakte. Het zijn hulpmiddelen waarmee een leerling vaardigheden kan ondersteunen die nog in ontwikkeling zijn.
6. Bouw ondersteuning langzaam af
Eerst doet u iets samen, daarna kijkt u mee en uiteindelijk doet uw kind het zelfstandig.